Vrouw Hoedt deel 10, de wind.

groene kachelpijphoed

 

Vrouw  Hoedt deel 10

Iedereen had zijn eigen problemen en als je globaal keek, rook het in de straatjes naar vers brood en gemalen koffie en blonken de ruitjes en zagen de mensen er keurig uit…. maar achter de deuren, ja, achter die deuren……

De een sloeg zijn vrouw en vond dat hij dat recht had, want ze was stom geweest en de ander kneep de buurvrouw in haar fruitmand, de buurvrouw had daarna angst om naar buiten te gaan, zette zelfs de vullisemmer niet meer buiten. Sommige huisvrouwen waren aan de sherrykuur om af te vallen, maar helaas vielen ze niet af, maar vielen wel vaak om, ze waren te intens in hun kuur gedoken, maar het was ook zo verleidelijk, ze vergaten zo de ellende van de dag.  Ze schoven de rommel in en onder de kasten en als de man in de avond snakte naar zijn warme hap, dan lag de vrouw ziek op bed, ze had hoofdpijn, of buikpijn, of dacht zwanger te zijn, maar het was haar geheim dat het de bijwerking van de kuur was.

Maar op zondag zaten ze allemaal fris en flink in de Brillantine of Wella in de kerk en daar was het een broeinest van roddel en achterklap, zo vlak voor het altaar in de schoot van Onze Lieve Heer waren ze rechtschapen burgers maar na die mis, oei, oei!

Na de heilige mis liep de hele gemeente als een streep over het lange pad van de kerk om zo weer in het hart van de bewoonde wereld te komen en bij de kerk waaide het altijd harder dan op andere plekken, door het hoge gebouw met gekke hoeken, speelde de wind altijd met de kerkgangers. De vrouwen wisten dat, hun hoedjes zaten vastgeklemd met haarspelden en hun rokken waren tussen de knieën gekneld of werden vastgehouden, een witte onderbroek zien was schande en als de wind flink trok dan hielden ze de hand aan de hoed en de rok.

Achteraan liep ook vrouw Hoedt, ze had weer een prachtige kachelpijphoed op haar hoofd maar ze had ook haar handen vol, van mijnheer pastoor had ze de opbrengst van de collecte gekregen om de tienerdochter van Jans te helpen met een babyuitzet. Mijnheer pastoor had nooit geweten welk een mooi werk vrouw Hoedt al die jaren deed en had enorme schaamte gevoeld toen hij haar levensdoel had ontdekt, normaal roomde hij de opbrengst van de collectezak af en kocht er whisky voor, maar hij had zijn leven gebeterd en was een verbond aan gegaan met Hoedt, het dorp te redden.

De wind speelde met de sjaal van Dirkje en de sjaal stond als de staart van een kwade kater omhoog, maar nam ook de hoed van vrouw Hoedt en ze greep nog met haar handen naar de kachelpijp en het geld viel op de grond en de hoed waaide weg, heel hoog de bomen in en het muntgeld rinkelde tussen de kinderkopjes en daar stond ze in al haar naaktheid…….. de mensen wezen naar haar en gilden het uit van de pret….. “Kijk!” Riep een brutaal jongetje, “die heks is kaal”………………………………………………

 

Trudy Den Herder

De delen 1 t/m 10