Weet je wat…….

Weet je wat, zei de kat, ik kruip in bad.

Het dagelijkse leven brengt een hoop leven in de brouwerij.

Het is druk in huize Zilver

Maar dat is gezellig

Op het werk is het ook gezellig ( wij werken bijna niet thuis )

en zelfs in de straat.

Dus even geen verhaaltjes, maar een zonovergoten straatje. Midden november he en de feestverlichting hangt al als je goed kijkt zie je het hangen tussen de huisjes in.

Trudy.

Mijn dorp…..

Geur, kleur, de weemoed

Kapotte knie op het kiezelpad

In een teil bij mama in het gras

Plaatjes knippen uit een modeboek

Op Koninginnedag met versierde fiets

Naar het park en kijken naar de pauwen

Het dorp heeft na mijn bijna 62 jaar

Nog veel oude ankerpunten

Dat voelt goed

Het verval zit hem in mij

Maar ook dat maakt me blij

Ouderdom gedragen met trots

Maakt een mens tot een rots.

Trudy. ( helaas worden veel mensen niet zo oud en die heb ik in mijn gedachten )

Doorkijkje, gemaakt op een zondag in de herfst door Trudy.

Krommenie…..

Het dorp ligt al weken deels open, ze graven, ze slopen, ze soppen en stoppen het weer toe. Elke keer ergens anders, straks komen ze ook bij mijn huisje.

Open straten.

Het is bijzonder om het elke keer te bekijken en als ik dan zo rondwandel in mijn dorp, komen altijd zoete verhalen in de hersenpan boven drijven.

De kerk.

De katholieken kerk.

Op zondag en soms op zaterdagavond, gingen mijn vader en moeder en broertje naar de kerk, ik mocht mee aan de hand van papa. De kerk was niet heel erg oud, maar ik koester er toch mooie herinneringen. Mijn vader die opgevoed was zonder geloof, werd om met mijn moeder te mogen trouwen katholiek en dat vond hij zo geweldig, hij leerde Latijn, leerde de kerkelijke liederen en was nog roomser dan de Paus en omdat mijn vader een heel helder verstand had en heel goed dingen kon onthouden en een geweldige verteller was, werd hij al snel ontdekt in de kerk, hij zou een bijzondere taak krijgen in de kerk, voorlezen, voordragen enz. Weken stond het huis bol van deze eer. En na een training van enkele weken was het dan op zondag zo ver dat mijn vader in de Hoogmis, zijn nieuwe taak mocht vervullen. Als vierjarige zat ik trots op het puntje van mijn stoel, mijn papa, mijn held.

Gehakkel, geproest en een lange ongemakkelijke stilte…… mijn vader was zo zenuwachtig geworden, het lukte hem niet. Oh, wat had ik te doen met mijn lieve vader, ik had het haarscherp in de gaten, na de climax de anticlimax. Als een natte hond droop hij af…… en er werd met geen woord meer over gerept, nooit.

Het klooster.

Als ik thuis niet wilde eten, dan wees mijn moeder me altijd op de kindertjes in verre landen, die maar wat blij zouden zijn met zo een bordje eten. En dat begreep ik wel, want die kindertjes hadden honger en ik toevallig niet. Ik had er als peuter zelfs maanden voor in het ziekenhuis gelegen, ik had nooit honger. Nu begrijp ik wel waarom, ik was altijd stikbenauwd en dan wil je niet eten.

Maar tegen wil en dank groeide ik toch, al was ik een dun latje, ooit begonnen als een mollige baby. Op dagen dat ik me wat beter voelde was ik graag buiten. Op zo een dag, dacht ik ineens weer aan die kinderen die honger hadden en met mijn vriendinnetjes zijn we toen geld op gaan halen voor kindertjes die honger hadden. Wat waren we trots dat we iets konden doen, want mijn bord eten opsturen was geen optie.

Maar hoe kwam het geld nou bij de arme kinderen? Gelukkig hadden we een maal per jaar op school een zuster van de Missie, een zuster in een soort pinguïnpak, mijn moeder vertelde me, dat het een non was en dat ze arme kinderen hielp in verre landen.

Bij de kerk stond een gebouw en daar zag ik vaak van die pinguïns lopen, ik had bedacht dat die ook van de Missie moesten zijn, dat die bij de arme kinderen kwamen, dus we hebben bij het klooster aangebeld en hebben het geld aan de pinguïns gegeven.

Mijn vader las enkele weken later een berichtje voor uit het kerkelijke blaadje dat kleine meisjes geld hadden opgehaald voor de arme kinderen en dat de nonnen dit een prachtig gebaar hadden vonden.

Het klooster

De boom met kabouterschoenen.

Bij de kerk staat een boom met winterblaadjes en ik dacht tijdens het wandelen aan de vertelkunst van mijn vader. Omdat mijn beentjes nog zo kort waren, zat ik vaak op zijn nek, dat hield hij uren vol, ik was gelukkig zo licht als een veertje. In het herfstpark wees hij me op de schoonheid van de bomen en hun blaadjes. Bij de boom met vuurrode blaadjes hielden we stil. “Kijk lieverd, hier groeien kabouterschoentjes, in de nacht als er blaadjes vallen, komt er een hoofdkabouter met een mandje de blaadjes rapen en nog voor het ochtend is, zijn er prachtige glimmende kabouterschoentjes van gemaakt……..”

Nu zie ik in elke boom toekomstige schoenen, ik wil wel zilveren, met een mooie punt van voren en een klein hakje. Voel me weer dat kind op de nek van mijn vader, voel hoe hij me stevig bij de beentjes hield.

Dag lieve papa wat heb je me een geweldig mooi leven gegeven, dankbaar dat ik jouw verhalen mocht horen, jouw aanstekelige levensvlammetje zag, ik heb het in mijn hart gestopt.

Je dochter Trudy.

Gevaar op je pad. Provincialeweg Krommenie…….

http_cdn-kiosk-api.telegraaf.nlc6e587ec-97df-11e8-b96f-c51c8e38abbf

Afgelopen zaterdag 4 augustus 2018 stond mijn hart even stil van schrik. Ik las het volgende en zag de foto: Bericht van het NHD

Citaat:

“Bij een botsing tussen twee scooters op het fietspad langs de Provincialeweg (N203) in Krommenie zijn zaterdag aan het begin van de middag drie mensen gewond geraakt.

Het gaat om de twee bestuurders en een passagier. Drie ambulances kwamen ter plaatse. De slachtoffers zijn met onbekende verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Een traumahelikopter werd opgeroepen, maar ook weer afgemeld.

Hoe het ongeluk heeft kunnen gebeuren, is nog onduidelijk. De Verkeersongevallenanalyse (VOA) doet onderzoek naar de toedracht. De politie heeft fietspad met lint afgezet”.

 

Op secuur dezelfde plaats heb ik mijn ongeluk gehad, nu alweer bijna twee jaar geleden.  Die ochtend reed ik op mijn fiets naar de trein voor mijn werk, met groen licht stak ik mijn hand uit om naar links te gaan voor de trein, er kwam niks aan en toch, boem, ik vloog door de lucht. Daar waar de middelste ambulance staat kwam ik terecht, ik weet alleen nog van de klap, daarna weet ik niks meer……

Dit ongeluk heeft voor mij zo veel gevolgen gehad dat ik nu ik het weer zie moet huilen, nu zijn weer mensen gewond geraakt, ik wens ze heel veel kracht.

Er wordt op het fietspad niet gehandhaafd en het staat er vol van borden ( eettentje ) die het uitzicht belemmeren. Er rijden, kinderen, kleine gehandicapte wagentjes, brommers, scooters, mensen op een elektrische fiets, ligfietsen, rolstoelers en er zijn hardlopers en wandelaars, een wirwar van borden, in-en afritten en soms gras dat te hoog staat en het uitzicht belemmerd en mensen die zich NIET aan de regels houden, bv de wielrenners, die gewoon door rood rijden.

Vaak vul ik een enquête in om de Zaanstreek veiliger te maken, gaat ook vaak over vervoer, dit ook aangekaart, maar er verandert niks. Ja, er wordt veel geld geïnd bij mensen die in de auto te hard rijden, je wordt er zo op de kiek gezet met bon toe, maar hier doet men niks aan, aan veel doet men niks, als nette fietsende burger/wandelaar hebben ze lak aan je, je brengt geen geld op……

 

De link naar de krant.

 

Trudy Den Herder.