Bij oma in Edam…….

Het huisje met de blauwe deur en poort is van oma geweest.

In het huisje aan de Wijngaardsgracht 11 was aan de kant van het water een deftige kamer, de opkamer. Daar zat niemand, alleen mijnheer pastoor. Het was de mooiste kamer van het huisje. Het rook naar boenwas, een geur die ik nog steeds heerlijk vind. Alles wat oma kreeg aan zeepjes en hebbedingetjes stond daar uitgestald, te pronken, ik denk dat het daarom ook wel de pronkkamer werd genoemd. Er stonden hoge plantentafelsjes, met mooie planten, er waren kasten met prachtig serviesgoed en kristallen glazen. Soms mocht ik aan de zeepjes ruiken, ik ben dol op zeepjes, nog steeds, soms mocht ik meehelpen iets op te poetsen, het gelukzalige gevoel komt weer naar boven als ik dit schrijf.

Helaas, wilden de dochters van oma, dat opa en oma op tijd naar een bejaardentehuis gingen, dat kon nog in die jaren en ik denk dat ze met pijn in het hart het huisje hebben verlaten. Ik weet nog dat als ik op bezoek kwam in het bejaardentehuis, ik het gevoel had dat opa en oma in een kooitje woonden. Nu denk ik vaak, wat zullen ze verdrietig zijn geweest, want ze konden nog alles. Hier gingen ze ook snel achteruit, alles werd voor ze gegaan. Het op visite gaan was ook niet meer zo leuk, het leven was uit opa en oma, ze werden geleefd.

Oma in het bejaardentehuis. Op de bank met mijn vader, moeder en broertje. mijn moeder is hier begin 50, mijn vader ongeveer 57, mijn broertje rond de 10 jaar en hoe oud oma is, weet ik niet.

Trudy.